Home
Mijn visie op ...
leren & leertheorie
blended learning
brein & leren
Portfolio
Contact

Leren en leertheorieën

De belangrijkste leertheorieën die we op dit moment kennen zijn:

  • Behaviorisme
  • Cognitivisme
  • Constructivisme en een variant daarop het Sociaal constructivisme
  • Constructionisme
  • Connectivisme

De volgorde waarin deze leertheorieën staan is tevens de volgorde waarin ze zijn ontstaan, waarbij het behaviorisme de oudste leertheorie is.

Wat leren is, wordt vanuit verschillende leertheorieën op een andere wijze beschreven. De behavioristische visie gaat er bijvoorbeeld van uit dat leren gelijkgesteld kan worden aan het verwerven van observeerbaar gedrag en dat leren plaatsvindt door bekrachtiging van een gedragsreactie van de lerende op een stimulus. Volgens de cognitivistische visie ontstaan nieuwe kennis en vaardigheden wanneer de lerende een beroep doet op mentale verwerkingsprocessen om informatie of gedrag te leren. De aangeboden informatie wordt hier niet in afzonderlijke deeltjes in het gedrag ingeslepen, maar wordt geïntegreerd in het kennisbestand waarover de lerende reeds beschikt. Aangeboden informatie wordt als het ware als kennis geïnternaliseerd. In de constructivistische visie gaat men er van uit dat kennis niet wordt geïnternaliseerd, maar door de lerende actief wordt gecreëerd op basis van de leeractiviteiten die worden aangeboden. In een constructionistische visie doen studenten kennis en vaardigheden op doordat zij een concreet product maken zoals een presentatie, een game of een computerprogramma. In het connectionisme, tot slot, staat niet het vergaren van kennis centraal, maar het weten hoe en waar je kennis kunt verkrijgen.

Dit is natuurlijk een erg ingekorte typering van de leertheorieën. Binnenkort zal hier een artikel gelinkt worden, waarin deze tekst en leertheorieën nog uitgebreider worden beschreven.

Omdat in iedere leertheorie op een andere wijze tegen “leren” wordt aangekeken, worden vanuit deze leertheorieën ook andere instructiemethoden bedacht en wordt het gebruik van e-learning daarbinnen op andere wijzen ingepast.

Leertheorieën en het gebruik van e-learning

Tussen de diverse leertheorieën bestaan grote verschillen, die duidelijk worden weerspiegeld in de wijze waarop e-learning wordt ingezet in het leerproces. De ‘stimulus, response and reinforcement’-benadering van de behavioristische leertheorie leidt bijvoorbeeld tot de ontwikkeling van courseware, ‘drill and practice’ en tutorials, dat wil zeggen tot computerondersteund onderwijs waarbij de lerende een sterk gestuurd traject van informatieverwerking aflegt. Toepassingen van e-learning op basis van cognitivistische en constructivistische leertheorieën worden gekenmerkt door informatierijke omgevingen waarin de lerenden met behulp van groupware synchroon en a-synchroon met elkaar en met de docent/coach interacties kunnen plegen rondom authentieke vraagstukken of praktijkproblemen. In een theorie als het constructionisme worden virtuele communities en computer programma’s gebruikt om individueel of in samenwerkingsverband producten te maken. In het Connectivisme bestaat de e-learning vooral uit middelen die de communicatie ondersteunen, tussen de lerende en bronnen van informatie.

Onderstaand schema geeft een kort overzicht van de leertheorieën en voorbeelden van gebruikte e-learning / multimedia. 

Je zou snel kunnen denken dat de nieuwste theorie wel de best toepasbare zal zijn en dat daarmee de oudste theorie het minst bruikbaar wordt. Dat is echter nog maar de vraag. Ook in het huidige onderwijs worden nog steeds (e-learning) modules met succes gebruikt die vanuit de oudste leertheorieën zijn ontwikkeld.

In onderstaand kader staat hierover een aardig stukje, met daarin inzichten die mede gebaseerd zijn op een artikel van Ertmer & Newby (1993) (zie kader).

Het cognitivisme was voorafgaand aan de adoptie van het sociaalconstructivisme het leidende perspectief van waaruit onderwijs werd ontworpen.

Voordat het cognitivisme met zijn vele varianten de praktijk van het onderwijs is gaan domineren, was er het behaviorisme. Daarin werd leren beschouwd als het inslijpen van gewenst gedrag en werd er geen actieve rol en zelfbeschikkingsrecht toegekend aan de lerende. Geprogrammeerde instructie, in combinatie met het belonen van gewenst gedrag, moest het beoogde leerresultaat opleveren. Ondanks de terechte kritiek op deze visie, kan worden vastgesteld dat er nog altijd leersituaties zijn waarbij de leerweg goed kan worden ingericht op basis van de principes uit het behaviorisme om het gewenste resultaat te bereiken. Dat is bijvoorbeeld het geval als standaard routines moeten worden aangeleerd, waarbij geen variaties zijn toegestaan, omdat een afwijking op de routines grote gevolgen kan hebben, zoals bij levensreddende handelingen in de medische wereld. Niemand zal dan twijfelen aan het nut van geprogrammeerde instructie. (Jos Fransen, VELON artikel).

In onderstaand schema staan de vijf genoemde leertheorieën en daaruit voortvloeiende didactische strategieën weergegeven. Met dit schema wordt het idee weergegeven dat bijvoorbeeld een behavioristische strategie heel goed zou kunnen passen wanneer een leertaak niet te ingewikkeld is en de lerende nog niet veel kennis of vaardigheden bezit. Dit zou bijvoorbeeld kunnen voorkomen in het begin van een opleiding of wanneer een lerende een compleet nieuw onderwerp moet leren. Een constructivistische strategie past beter in een leersituatie waarin de lerende al de nodige (voor)kennis heeft van het onderwerp en waarin de leertaak wat ingewikkelder is.

 

Het schema geeft ook het idee weer dat verschillende instructiestrategieën elkaar "overlappen" wat in dit schema aangeeft dat zij even effectief kunnen zijn bij dezelfde taak. En tot slot impliceert dit schema dat bijvoorbeeld een constructivistische strategie zoals discovery learning niet goed werkt wanneer de (voor)kennis van de lerende over het onderwerp nog laag is.

 

 

ENconsult